Het stadsdeel Oost-Watergraafsmeer in Amsterdam organiseert vier Amstelgesprekken en een online discussie met bewoners rond de Amstel. Deze gesprekken moeten leiden tot een visie voor de ontwikkeling van Amsteloevers in de komende dertig jaar. De centrale vraag is: hoe willen bewoners dat de Amstel eruit ziet? Maar wat vinden bewoners van een dergelijke aanpak? Een gesprek met Joost Bouman, deelnemer aan de Amstelgesprekken.
Bouman is bewoner van een woonboot in de Amstel. Verschillende mensen willen meer zicht op de Amstel. “De suggestie is toen gewekt dat woonboten zomaar weg zouden kunnen. Dat heeft in ieder geval veel mensen op de been gebracht om actief deel te nemen aan de Amstelgesprekken.”
De gang van zaken toont, volgens Bouman, de uitdaging aan die je hebt als organisator van een dergelijke vorm van e-participatie. “Ik vind het heel goed dat een overheid van tevoren, dus aan de voorkant van het besluitvormingsproces, vraagt wat bewoners ervan vinden. Wel moet daar dan een aantal waarborgen ingebouwd worden. Ik vind dat je vanuit de huidige situatie denken, en niet alles ter discussie moet stellen, alsof het vigerende bestemmingsplan niet bestaat. Dat is hier wel gebeurd.”
Bouman erkent dat het erg lastig is om zo’n discussie vorm te geven. “Ik benijd Sander Meijer, de projectleider vanuit het stadsdeel, niet. Hij heeft op een gegeven moment ook meegedaan in de discussie. Dat had hij denk ik niet moeten doen. Je moet de discussie aan de bewoners laten en daarin niet sturen. Je moet wel sturen in het randproces, zodat de discussie echt gaat over de Amstel, en niet over een parkeerterrein verderop.”
De uitdaging voor de gemeente is nu ook werkelijk iets te gaan doen, zegt Bouman. “De resultaten van deze gesprekken worden aangeboden aan de stadsdeelraad. De valkuil waar je dan in kan lopen, is al snel dat je in oude procedures vervalt. Dat je toch gaat doen wat je van tevoren in je hoofd had en de inbreng van de betrokkenen marginaliseert. Als je het proces aan de voorkant verandert, is het belangrijk om het besluitvormingsproces ook aan te passen. En of dat in dit geval gaat gebeuren, gaan we in de komende tijd zien.”